Voor- en nadelen van pilgebruik door vrouwen met borst- en eierstokkanker in de familie

Voor- en nadelen van pilgebruik door vrouwen met borst- en eierstokkanker in de familie

10 februari 2022 0 Door Majorie Former
Dit bericht delen

Vrouwen met een BRCA1 of BRCA2 mutatie hebben een sterk verhoogd risico op zowel borst- als eierstokkanker. Omdat gebruik van ‘de pil’ het risico op borstkanker verhoogt, maar het risico op eierstokkanker verlaagt, was tot nu toe niet duidelijk hoe veilig pilgebruik voor deze vrouwen is. Jonge vrouwen met een BRCA1 of BRCA2 mutatie (< 25 jaar) blijken rustig ‘de pil’ te kunnen gebruiken. Bij pilgebruik op oudere leeftijd (rond het 25e-30e jaar of ouder) is een goed-geïnformeerde afweging van belang. Het kankerrisico neemt dan eerst iets toe om op middelbare leeftijd om te buigen naar een beschermend effect. Dit blijkt uit recent onderzoek door onderzoekers van het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis in Amsterdam.

Risico op bij vrouwen met BRCA1 of BRCA2 mutatie

Tijdens het gebruik van de anticonceptie-pil (‘de pil’) is het risico op borstkanker licht (met 24%) verhoogd en het risico op eierstok- en baarmoederkanker sterk (met 50%) verlaagd. Nadat met pilgebruik is gestopt, neemt het verhoogde borstkankerrisico in 10 jaar weer langzaam af, terwijl het verlaagde risico op eierstok- en baarmoederkanker nog langdurig aanhoudt.

Pilgebruik als tiener of jong-volwassene (< 25 jaar) heeft weinig invloed op kankerrisico

Op de lange termijn is het effect van pilgebruik gunstig, want het leidt tot minder in vergelijking met de groep die ‘de pil’ niet slikt. Dat komt doordat het aantal vrouwen bij wie door pilgebruik eierstok- en baarmoederkanker wordt voorkómen, in de loop van het leven groter is dan het aantal vrouwen dat door pilgebruik borstkanker krijgt.

Advertentie

Na 25e jaar licht verhoogd kankerrisico

Na het 25e jaar hebben vrouwen met een BRCA mutatie een licht verhoogd kankerrisico tijdens of direct volgend op het pilgebruik, dus op de korte termijn. Dat komt doordat pilgebruik dan tot wat meer borstkanker leidt, terwijl eierstok- en baarmoederkanker in die levensfase nog weinig voorkomen. De balans tussen risicoverhoging en risicoverlaging is dan iets ongunstiger. Tien jaar pilgebruik van 20-30 jaar leidt bij 1 op de 50-150 vrouwen met een BRCA1 of BRCA2 mutatie tot kanker, vóórdat de bescherming tegen in de loop van het leven gaat optreden.

Eierstokverwijdering

Het is niet mogelijk om eierstokkanker in een vroeg stadium op te sporen. Daarom laten de meeste vrouwen met een BRCA mutatie hun eierstokken en eileiders uit voorzorg verwijderen. Naarmate de preventieve operatie effectiever is, wordt effect van het voorafgaande pilgebruik ongunstiger. Dit komt doordat pilgebruik nog steeds tot meer borstkanker leidt, terwijl er weinig tot geen eierstokkanker meer valt te voorkómen. Het kankerrisico wordt ook ongunstiger als na de operatie hormoonvervangers worden gebruikt. Dit geldt al vanaf korte duur (≤5 jaar) van de hormoontherapie.

Borstverwijdering

Vanwege hun hoge kans op borstkanker (~70%), willen niet alle vrouwen met een BRCA mutatie die diagnose afwachten. Als zij kiezen voor een preventieve borstverwijdering, wordt hun resterende borstkankerrisico zeer laag, waardoor zij ook geen verhoogde kankerrisico’s meer ondervinden van pilgebruik of van de hormoonvervangende therapie.

Vrouwen met een BRCA mutatie en de pil

Voor alle vrouwen in de vruchtbare leeftijd, die seksueel actief zijn en niet zwanger willen worden, is het belangrijk om te zorgen voor goede en betrouwbare anticonceptie. Zeker bij tieners en jong-volwassenen, met of zonder BRCA mutatie, is ‘de pil’ daarvoor heel geschikt.

Voor vrouwen met een BRCA mutatie is het belangrijk om zich vanaf 25-30 jaar bewust te worden van de afweging die ze moeten maken. Vinden ze het verhoogde kankerrisico op de korte termijn acceptabel, gezien de voordelen van pilgebruik en het hoge kankerrisico dat ze toch al hebben, of willen ze verdere risico stijging voorkomen door over te stappen op niet-hormonale anticonceptie, zoals condooms of een niet-hormonaal spiraal. Helaas is het onwaarschijnlijk dat een hormoonspiraal een goed alternatief is voor ‘de pil’ met betrekking tot het kankerrisico.

Vrouwen met een BRCA mutatie die na tien jaar pilgebruik een preventieve eierstok-verwijdering ondergaan en vanwege ernstige menopauzale klachten besluiten hormoonvervangende therapie te gaan gebruiken, zou kunnen worden aangeraden om na een aantal jaren te proberen of het nog nodig is. Het pilgebruik leidt samen met de standaard hormoonvervangende therapie namelijk al bij korte therapieduur (<= 5 jaar) tot een verhoogd kankerrisico op zowel de korte als de lange termijn.
Vrouwen met een BRCA mutatie die een preventieve borstverwijdering ondergaan, ondervinden geen verhoogde kankerrisico’s van ‘de pil’ of hormoonvervangende therapie.Met een internationaal team dat eerder onderzoek deed naar het effect van ‘de pil’ op het kankerrisico, stelden de onderzoekers vast wat er op dit moment bekend is over pilgebruik en het kankerrisico. Op basis van deze kennis berekenden ze voor twee hypothetische groepen van 10.000 vrouwen (met of zonder pilgebruik), hoeveel vrouwen op een bepaalde leeftijd borst-, eierstok- of baarmoederkanker zouden krijgen. Het verschil tussen de pilgebruikers en niet-gebruikers was het aantal vrouwen dat door pilgebruik borstkanker zou krijgen of bij wie juist eierstok- of baarmoederkanker zou worden voorkómen (het netto pileffect). Door op elke leeftijd de netto pileffecten van de drie tumoren bij elkaar op te tellen, berekenden ze of pilgebruik naar verwachting tot een toename of juist tot een afname van het kankerrisico zou leiden. Bij deze berekeningen maakten ze ook gebruik van de Nederlandse cijfers over het vóórkomen van kanker, de overlevings- en sterftecijfers en de doodsoorzaken.

Artikel: Oral Contraceptive Use in BRCA1 and BRCA2 Mutation Carriers: Absolute Cancer Risks and Benefits; Journal of the National Cancer Institute online January 2022 (February 2022 in press).
Onderzoekers, financiële ondersteuning en contact: Mevr. Drs. Lieske Schrijver (PhD student, 1e auteur) en mevr. Dr. Matti Rookus (epidemioloog, laatste auteur), namens een internationaal team; Antoni van Leeuwenhoek, Amsterdam. Financiële ondersteuning: KWF kankerbestrijding.

Bron: persbericht Antoni van Leeuwenhoek, 10 februari 2022


Dit bericht delen