Pleidooi voor wetenschappelijk publiceren in het Nederlands door álle diëtisten

Pleidooi voor wetenschappelijk publiceren in het Nederlands door álle diëtisten

30 september 2021 0 Door Gerdien Ligthart-Melis
Dit bericht delen

Dr. Gerdien Ligthart- Melis, diëtist-onderzoeker en wetenschappelijk eindredacteur Voeding & Visie

Van diëtisten wordt tegenwoordig verwacht dat ze hun patiënten behandelen op basis van de best beschikbare evidence (de Roos, 2019). Evidence kan in het Nederlands het beste vertaald worden als ‘wetenschappelijke onderbouwing’. Evidence-based practice is het resultaat van onderzoek naar de effectiviteit van een behandeling, maar ook naar de nauwkeurigheid van een diagnose, zoals bijvoorbeeld bij het vaststellen van ‘ondervoeding’. Verder is evidence-based handelen bij voorkeur systematisch opgebouwd uit: diagnostiek, het stellen van doelen en het toetsen van de resultaten aan de gestelde doelen, zodat de behandeling eventueel bijgesteld kan worden (Methodisch handelen (nvdietist.nl)).



Dit alles gebeurt in overleg met de cliënt/patiënt en mede op basis van de professionele ervaring van de diëtist. Duidelijke documentatie van de diagnose, behandeling, inclusief (bijgestelde) doelen en resultaten, maken hier ook deel van uit en kunnen behalve op individueel niveau ook op groepsniveau bijdragen aan het inzichtelijk maken van de relatie tussen voeding en een ziektebeeld, in het ultieme geval van de effectiviteit van een dieetbehandeling. Dat heet dan onderzoek en een logisch gevolg is, dat de opgedane kennis dan vervolgens wordt gedeeld met collega’s door middel van wetenschappelijke publicaties.

Echter, voor de wetenschappelijke onderbouwing van diagnose en behandeling zijn diëtisten op dit moment nog vooral afhankelijk van internationale, Engelstalige publicaties. De inhoud van deze internationale publicaties bereikt de Nederlands diëtisten over het algemeen indirect via (vak-) tijdschriften, nieuwsbrieven, blogs, webinars, e-learnings, workshops, symposia en congressen.

Advertentie

Mijn indruk is, dat er weinig wetenschappelijke artikelen op het terrein van voeding en diëtetiek in het Nederlands verschijnen. Dat is een gemiste kans, omdat onderzoeksresultaten makkelijker lezen in de eigen taal, wat helpt bij de discussie over en verbetering van het diëtistisch (be)handelen. Voor dit pleidooi heb ik globaal geïnventariseerd hoeveel wetenschappelijk artikelen er ongeveer in het Nederlands door en voor diëtisten worden gepubliceerd. Het laatste heb ik globaal vergeleken met de situatie in de ons omringende landen. Ten slotte bespreek ik het belang en de haalbaarheid van wetenschappelijk publiceren in het Nederlands door álle diëtisten, dus niet alleen door gepromoveerde, maar ook door HBO-opgeleide en vooral door praktiserende diëtisten.

Wetenschappelijke publicaties door Nederlandse diëtisten.

Van de ca. 3100 diëtisten in Nederland, uitgaande van het totaal aantal leden van de Nederlandse Vereniging van Diëtisten en de Diëtisten Coöperatie Nederland samen, zijn tot en met 2019 54 diëtisten gepromoveerd (https://ntvd.media/boeken/?_sft_magazine-categories=proefschriften) en bij mijn weten één in 2020 (Elles van der Louw). Wat opvalt bij diëtistische promoties is dat de onderwerpen meestal zijn ingebed in de praktijk, maar dat op basis van de korte biografieën op de site van het Nederlands Tijdschrift Voeding en Diëtetiek (NTVD), op dit moment nog maar 15 van deze diëtisten werkzaam zijn als diëtist. Anderen werken als docent en/of onderzoeker, data-analist, voedingsepidemioloog, wetenschappelijk schrijver (o.a. ikzelf), aan een hogeschool, universiteit, bij een onderzoeksfonds, bij het RIVM, in het bedrijfsleven of zijn verloren voor het vakgebied. Dit is van belang, omdat behalve docenten aan de hogescholen voor Voeding & Diëtetiek (n=5), niet (langer) praktiserende diëtisten waarschijnlijk minder geneigd zijn te publiceren over praktische onderwerpen die het werkveld direct aangaan.

Over de afgelopen 5 jaar zijn deze 55 gepromoveerde diëtisten samen goed geweest voor 584 Engelstalige en 30 Nederlandse peer-reviewed publicaties. Peer-reviewed betekent dat de artikelen voorafgaand aan publicatie beoordeeld zijn door vakinhoudelijke experts, wat gebruikelijk is bij wetenschappelijke artikelen. Nederlandse gepromoveerde diëtisten publiceren dus gezamenlijk bijna 20 keer zo vaak in het Engels als in het Nederlands.

Voeding & Diëtetiek publicaties in de ‘eigen taal’ in vergelijking met de landen om ons heen

In Nederland zijn in de afgelopen 5 jaar 20 wetenschappelijke, peer-reviewed artikelen verschenen in het NTVD en 10 in Voeding en Visie (Academic Journals)¹. Dit komt neer op ca. 10 peer-reviewed artikelen per 1000 diëtisten. Maar hoe zit het eigenlijk met wetenschappelijke publicaties op het gebied van de diëtetiek in de landen om ons heen?

In Frankrijk met ca. 12.440 diëtisten vond ik 2 peer-reviewed vaktijdschriften op het gebied van voeding en diëtetiek in het Frans: ‘Cahiers de Nutrition et de Diététique‘ met als doelgroepen: artsen, diëtisten, de voedingsindustrie en docenten/studenten, en ‘Pratiques en nutrition‘ voor alle specialisten op het gebied van gezonde voeding, waaronder de diëtisten. In deze bladen werden gedurende de afgelopen 5 jaar ongeveer 380 artikelen gepubliceerd, wat neerkomt op een ca. 31 publicaties per 1000 diëtisten.

In Duitsland, waar ongeveer 14.000 diëtisten werkzaam zijn, vond ik 1 peer-reviewed vaktijdschrift op het gebied van voeding en diëtetiek in het Duits, het Aktuelle Ernährungsmedizin, Zeitschrift für Stoffwechselforschung, Klinische Ernährung und Diätetik, waarin over de afgelopen 5 jaar ca. 150 artikelen verschenen. Dat komt neer op ca. 11 publicaties per 1000 diëtisten. In België vond ik geen peer-reviewed vakblad op het gebied van voeding en diëtetiek.

Het Engelstalige peer-reviewed tijdschrift van de Britse diëtistenvereniging, het Journal of Human Nutrition and Dietetics, is uitzonderlijk productief met ongeveer 450 publicaties in de afgelopen 5 jaar en dan zijn er nog meer Britse bladen op het terrein van voeding en diëtetiek: het British Medical Journal (BMJ) Nutrition, Prevention & Health, het British Journal of Nutrition en het Journal of Clinical Nutrition & Dietetics. Afgezien van het feit dat ik niet kan achterhalen hoeveel Britse diëtisten er zijn, heeft het geen zin om het lokale wetenschappelijk aanbod per 1000 diëtisten uit te rekenen, omdat de voertaal in de wetenschap wereldwijd immers Engels is. Daarom bieden ook auteurs van buiten het VK Engelstalige manuscripten aan bij deze tijdschriften. Britse diëtisten hebben hoe dan ook het voordeel dat het gehele nationale en internationale aanbod van vakliteratuur makkelijk voor hun toegankelijk is.Mijn globale inventarisatie van de publicatie van peer-reviewed artikelen op het gebied van de diëtetiek in de lokale taal in de ons omringende landen laat zien dat het Nederlandse aanbod vergelijkbaar is met dat in Duitsland, maar onderdoet voor het Franstalige aanbod en om begrijpelijke redenen voor het Engelstalige aanbod van artikelen over voeding & diëtetiek.

  1. Voeding Nu wordt hier niet genoemd, omdat het onduidelijk is of in dit tijdschrift peer-reviewed artikelen worden gepubliceerd, omdat de richtlijnen voor auteurs niet konden worden achterhaald.

Het belang van wetenschappelijk publiceren in het Nederlands

Hoewel de kennis vanuit internationale publicaties wel doorsijpelt via eerder genoemde Nederlandse media, wil ik hier bepleiten dat het belangrijk is om óók in het Nederlands te publiceren. Naar mijn mening hebben gepromoveerde diëtisten een maatschappelijke verantwoordelijkheid om hun kennis ook rechtstreeks in het Nederlands met hun vakgenoten te delen, omdat daarmee de taalbarrière wordt weggenomen en kennis makkelijker door collega-diëtisten kan worden geïmplementeerd en bediscussieerd.

Op basis van de hierboven beschreven inventarisatie kan gesteld worden dat gepromoveerde diëtisten in Nederland veel vaker in het Engels dan in het Nederlands publiceren en dat er weinig wetenschappelijk artikelen beschikbaar zijn voor de Nederlandse diëtist: 30 in 5 jaar is bijzonder weinig. Dat gepromoveerde diëtisten bij voorkeur internationaal publiceren heeft o.a. te maken met carrières in de wetenschap. Onderzoekers scoren beter met publicaties in internationale tijdschriften die vaak terug te vinden zijn in de PubMed database en een impactfactor hebben. Die impactfactor is hoger naarmate artikelen uit een tijdschrift vaker worden geciteerd in andere artikelen. Ook is het voor een Nederlandse promotie noodzakelijk om in internationale tijdschriften te publiceren.

Publiceren als consequentie van evidence-based werken
Evidence-based werken biedt veel aanknopingspunten voor publiceren. Het begint al met de nieuwsgierigheid naar bepaalde aandoeningen en mogelijke dieetbehandelingen. Daarvoor kan de diëtist, of een student namens die diëtist, zich verdiepen in de vakliteratuur. Vervolgens kan deze kennis worden gedeeld in een Nederlandstalige overzichts- of opinieartikel met collega’s die misschien dezelfde vragen hebben – vaak zonder het van elkaar te weten. Als de evidence-based werkende diëtist vervolgens besluit om observaties bij eigen patiënten op te schrijven, kan dit zelfs resulteren in een origineel onderzoeksartikel. Dat is een artikel waarin eigen bevindingen worden beschreven volgens een vaste structuur: inleiding, methoden, resultaten en een discussie van die resultaten.

Het schrijven kan gebeuren door één individu, maar het maakt een artikel sterker als er met meerdere personen aan is gewerkt. Andere mensen kunnen vanuit andere invalshoeken naar de toekomstige publicatie kijken en eigen specifieke kennis inbrengen. Bij het schrijven van een artikel over eigen data is samenwerking met wetenschappelijke collega’s verstandig, bijvoorbeeld met docent-begeleiders van hogescholen of universiteiten of met betrokken artsen, omdat zij ervaring hebben met onderzoek en schrijven. Verder is de toegang tot online wetenschappelijke artikelen bij het schrijven onontbeerlijk.

Kennis delen
Het grote voordeel van Nederlandstalig publiceren door diëtisten is dat de kennis laagdrempelig beschikbaar komt voor Nederlandse collega-diëtisten die er op allerlei manieren mee aan de slag kunnen. Het kan bijvoorbeeld leiden tot een briefwisseling, zoals gebeurde met een paar peer-reviewed artikelen in Voeding & Visie (Slof, 2015; Berk, 2016; Aalbers, 2017; Markus, 2017). Publicatie van eigen onderzoek kan bovendien collega-diëtisten inspireren om ook onderzoek te doen met eigen data. Als dat vervolgens leidt tot nog meer publicaties, komt er een interactie op gang tussen Nederlandse diëtisten die bevorderlijk zal zijn voor de kwaliteit van hun dieetbehandeling. Hierbij geldt het motto dat ‘je het meeste leert door het zelf te doen’. Om die reden wordt een promotietraject ook wel een ‘opleiding tot onderzoeker’ genoemd.

Haalbaarheid van en begeleiding bij wetenschappelijk schrijven

Voor alle diëtisten, maar het meest voor niet-onderzoekers, geldt dat het moeilijk is om de tijd te vinden voor onderzoek en schrijven. Het kost bijna altijd ook privétijd. Bovendien ontbreekt het de niet-onderzoeker vaak aan handvatten bij de opzet van onderzoek en het opschrijven van de resultaten. Natuurlijk is het praktisch om de krachten te bundelen en niet-onderzoekers data te laten verzamelen die door onderzoekers wordt geanalyseerd en opgeschreven, maar het is de vraag wat de individuele diëtist die niet geschoold is in onderzoek daar zelf van leert.

Is wetenschappelijk schrijven haalbaar voor de niet-onderzoeker? Zeker! Het begint met een vraag uit de eigen praktijk die kan worden beantwoord met literatuuronderzoek of met informatie uit gegevens die bij eigen patiënten verzameld kunnen worden. In dit stadium is het al van belang om samen te werken met de hierboven genoemde wetenschappelijke collega’s die later ook met mee kunnen schrijven. Sommige (academische) ziekenhuizen hebben ook onderzoekscoördinatoren die niet-wetenschappelijk geschoolde collega’s kunnen helpen. Ook zijn er verschillende bronnen die de beginnend onderzoeker/schrijver kunnen helpen, zoals het boek Evidence-based diëtetiek (Former-Boon, 2019) en artikelen over het opschrijven van de resultaten van interventie of kwalitatief onderzoek (de Roos, 2011; Naumann, 2020). De richtlijnen voor auteurs van het NTVD en Voeding & Visie bieden ook veel houvast bij het schrijven. Verder is het belangrijk om naar voorbeeldartikelen te kijken in Voeding & Visie of het NTVD – afhankelijk van welk tijdschrift je kiest als bestemming voor je publicatie. In deze uitgave van Voeding & Visie staan twee voorbeelden, één van een artikel dat de stand van zaken van de literatuur en lopend onderzoek beschrijft (Visser, 2021) en een ander dat de resultaten van een observationeel en kwalitatief onderzoek beschrijft (Graat, 2021).

Publiceren geeft voldoening en vergroot je zichtbaarheid als diëtist
Voeding & Visie kan adviseren over wie je kan benaderen in je eigen omgeving voor ondersteuning bij de opzet van je onderzoek en biedt concrete begeleiding bij het schrijven. Dat houdt in dat ik, of één van de andere wetenschappelijk redacteuren, meeleest tijdens het schrijfproces en aanwijzingen geeft voor verbetering totdat het manuscript geschikt is voor beoordeling door twee onafhankelijke deskundigen. Deze reviewers leveren vervolgens commentaar waarmee het artikel nog verder kan worden verbeterd. Soms zijn meerdere reviewrondes nodig vóór publicatie van het artikel. De insteek van Voeding & Visie is dat alles, mits inhoudelijk interessant genoeg voor de lezers, uiteindelijk wordt gepubliceerd. Inmiddels hebben we de ervaring dat beginnende schrijvers enorm veel voldoening krijgen van hun (eerste) publicatie. Ook bevordert publiceren je zichtbaarheid bij verwijzers. Daarbij, al schrijft iedere diëtist maar één keer in zijn of haar leven een Nederlandstalig artikel, dan levert dat een schat aan informatie op voor alle andere praktiserende diëtisten. De ervaring leert dat één keer publiceren smaakt naar meer…

Wij zien jullie concept manuscripten graag tegemoet!

Referenties
Aalbers, T., A. Zonneveld, S. Leij-Halfwerk, S. v. Oers and A. Peters (2017). “Eetverslaving als oorzaak voor obesitas. Proof of principle voor een nieuwe methode om de cliënt-specifieke verslaving te karakteriseren.” Voeding & Visie 30(1): 10-15.
Berk, K. A. C. (2016). “Koolhydraatbeperkt dieet is geen heilige graal bij de behandeling van het metabool syndroom.” Voeding & Visie 29(1): 35.
de Roos, N. (2011). “Het schrijven van een wetenschappelijk artikel.” NTVD 66(6): S1-8.
de Roos, N. M. and P. J. M. Weijs (2019). Evidence-based diëtetiek: Inleiding. Evidence-based diëtetiek; principes en werkwijze. M. Former-Boon and J. J. van Duinen. Houten, Bohn Stafleu van Loghum: 2-8.
Former-Boon, M. and J. J. Van Duinen (2019). Evidence-based diëtetiek, pricipes en werkwijze. Houten, Bohn Stafleu van Loghum.
Graat, F., C. van Heumen, S. Beijer and M. van de Berg (2021). “Welke wensen en behoeften hebben patiënten met ten aanzien van voedingsondersteuning in de thuissituatie?” Voeding & Visie 34(2): 18-26.
Markus, C. R. (2017). “Voeding geen dikmakende drug.” Voeding & Visie 30(2): 27, 28.
Melis, G. C., J. Ten Haaf and J. F. van Gils (2000). “Voedingstherapie na massale dunnedarmresectie bij een kind.” Nederlands Tijdschrift Diëtisten (NTVD) 55(9): 172-181.
Naumann, E., J. Saat and M. Steenstra (2020). “Het rapporteren van kwalitatief onderzoek.” NTVD 75(3): 12-17.
Slof, E. and E. Govers (2015). “Te veel nadruk op verlaging van de vetconsumptie heeft de aandacht afgeleid van een belangrijker probleem: de te hoge consumptie van koolhydraten.” Voeding & Visie 28(1): 4-8.
Visser, W. J. and A. M. E. de Mik-van Egmond (2021). “Nutritional assessment en voedingsinterventies bij patiënten met chronisch en/of eindstadium nierfalen; Promotietraject bij patienten met chronisch en/of eindstadium nierfalen als start van toekomstige onderzoekslijn Voeding en Nierziekten in het Erasmus Medisch centrum.” Voeding & Visie 34(2): 27-33.

Gerdien Ligthart-Melis

Gerdien Ligthart-Melis: van diëtist tot diëtist-onderzoeker en schrijver
In 1992 ben ik afgestudeerd als diëtist en aansluitend ging ik aan de slag in het Sophia ziekenhuis (nu Isala) in Zwolle. Ik was al vroeg gefascineerd door onderzoek en heb in Zwolle samen met twee kinderartsen mijn eerste Nederlandse publicatie over een casus van een jongetje met darmfalen geschreven voor het NTVD (Melis, 2000). In 1999 ben ik aan het werk gegaan bij het voedingsteam van het VU medisch centrum, dat tegenwoordig onderdeel is van de alliantie Amsterdam UMC. In dat jaar werd ik ook voorzitter van de NVD en heb ik vanuit die rol de campagne ‘Wie beter eet wordt sneller beter’ geleid. Deze campagne heeft uiteindelijk geresulteerd in de oprichting van de Stuurgroep Ondervoeding. Na een paramedische Masters opleiding in Nijmegen, kreeg ik de kans om te promoveren binnen de vakgroep oncologische chirurgie. Dat promotietraject heb ik in 2008 cum laude afgerond. Ik was toen al weer werkzaam als diëtist op de afdeling en later op de poli van de oncologische chirurgie. Op de poli hebben we in die tijd een zorgpad opgezet voor patiënten met oesophagus-, maag en pancreaskanker. Ik heb daar mede mijn stempel op kunnen drukken door mijn zichtbaarheid als onderzoeker. In 2013 kreeg ik de kans om in Texas aan de slag te gaan bij de onderzoeksgroep van professor Deutz, gespecialiseerd in voedingsonderzoek bij ouderen. In 2015, terug in Nederland, ben ik gaan freelancen als wetenschappelijk schrijver. Vanuit de missie om de wetenschap te integreren in een Nederlands vakblad, ben ik in 2015 betrokken geraakt bij Voeding en Visie. Als (co)auteur van inmiddels 37 wetenschappelijke artikelen, hoop dat ik in de afronding van mijn carrière praktiserende diëtisten in Nederland kan inspireren om wetenschappelijk te gaan schrijven! Het zou toch fantastisch zijn als dat lukt!


Dit bericht delen