Vetzuren verminderen de werking van chemotherapie

Vetzuren verminderen de werking van chemotherapie

13 mei 2016 Uit Door Majorie Former

Julia Houthuijzen laat in haar proefschrift zien dat specifieke cellen in het beenmerg vetzuren produceren die in samenspel met cellen in de milt resistentie tegen chemotherapie opwekken. Op basis van haar data raadt ze aan dat kankerpatiënten 24 uur voor en na toediening van de chemotherapie geen visolie of vette vis consumeren.

De vetzuren, genaamd PIFAs (platinum-induced fatty acids, 12-S-HHT en 16:4(n-3)) worden door mesenchymale stamcellen gemaakt in respons op platinumhoudende chemotherapie en zij kunnen de werking van chemotherapie teniet doen.

Echter, de PIFAs werken niet direct op de tumorcellen maar functioneren via de milt. In de milt bevinden zich onder andere macrofagen (Grieks: grote eters, makros: groot, phagein: eten). Deze cellen kunnen dode of beschadigde cellen en lichaamsvreemde deeltjes zoals bacteriën opeten. Met behulp van verschillende tumormuismodellen heeft Houthuijzen laten zien dat de macrofagen in de milt geactiveerd worden door de PIFAs en als gevolg daarvan lysophosphatidylcholines (LPCs) uitscheiden. Deze LPCs zijn ook lipiden (net als de PIFAs) en deze zorgen ervoor dat de DNA-schade veroorzaakt door chemotherapie sneller gerepareerd wordt in de tumor waardoor deze ongevoeliger worden voor de chemotherapie.

Naast de lichaamseigen productie van PIFAs kan 16:4(n-3) ook aanwezig zijn in vis en visolie. Consumptie van vette vis en visolie leidden in gezonde vrijwilligers tot een stijging van 16:4(n-3) in het bloedplasma tot een niveau waarvan we weten dat het in muizen chemoresistentie kan veroorzaken. Op basis van haar data raadt de promovendus aan dat kankerpatiënten 24 uur voor en na toediening van de chemotherapie geen visolie of vette vis consumeren.

Proefschrift: Lipid signaling in anti-cancer drug resistence, Universiteit van Utrecht, 12 april 2016

 
Dit bericht delen