Topics van het symposium Voeding bij kanker in beweging, Utrecht 13 september 2016

Topics van het symposium Voeding bij kanker in beweging, Utrecht 13 september 2016

14 september 2016 Uit Door Majorie Former
Dit bericht delen

Het symposium was georganiseerd vanwege het verschijnen van de tweede editie van het Handboek Voeding bij . De organisatie was in handen van de Landelijke Werkgroep Diëtisten (LWDO).

Dagvoorzitter was prof.dr.ir. Ellen Kampman, hoogleraar Voeding en ziekte, Wageningen Universiteit en voorzitter van de LWDO. Er waren 200 deelnemers, met name diëtisten, maar ook verpleegkundigen, fysiotherapeuten en onderzoekers.

Dr. Astrid Horstman, teamleider Clinical Studies bij Danone, ging in op de wisselwerking tussen voeding en beweging bij de opbouw en afbraak van spieren. Dagelijks vindt 1-2% aan spieropbouw plaats, dat wil zeggen dat we in 50-100 dagen alle spieren zijn vervangen door nieuw spierweefsel. Bij cachexie (spierverlies als gevolg van ziekte) kan de spierafbraak niet volledig door voeding worden tegengegaan. De combinatie met beweging is belangrijk. De ESPEN Guidelines adviseren 1 – 1,5 g /kg lichaamsgewicht. Onderzoek toont aan dat gelijke verdeling van de eiwitinname over de dag het beste effect heeft op de spieropbouw. Bovendien zorgt een eiwitinname vlak voor het slapengaan voor spieropbouw tijdens de nacht. De opbouw van spieren bij kankerpatiënten is belangrijk, omdat de patiënt beter functioneert, de kwaliteit van leven verbetert, de patiënt beter bestand is tegen bijwerkingen en complicaties van de behandeling en sneller herstelt. Door training zijn patiënten bovendien minder depressief, minder vermoeid en is een snellere terugkeer naar werk mogelijk.

Wat is het effect van kortdurend vasten op de werking van chemotherapie? Dat onderzoekt Dr. Judith Kroep, internist-oncoloog LUMC Leiden, momenteel. In proefdieronderzoek is al eerder aangetoond dat een caloriebeperkt minder schade oplevert aan gezonde cellen en juist de tumor aanpakt. Door vasten kunnen gezonde cellen zichzelf beter beschermen door hun energie te stoppen in herstel en behoud. Tumorcellen, door hun mutaties volledig gericht op groei, kunnen dat niet en zijn daardoor extra kwetsbaar. Vasten verbetert het effect van chemotherapie en beschermt tegen toxiciteit.
Het onderzoeksteam wil nu via een grote vervolgstudie (DIRECT) bij 250 borstkanker patiënten onderzoeken of langer vasten (vanaf drie dagen van tevoren en de dag van de chemotherapie) gedurende preoperatieve chemotherapie – een nog gunstiger effect heeft. Het is daarbij niet de bedoeling om de vier dagen geheel niet te eten, maar een eiwit- en caloriearm dieet te volgen. Het is nog te vroeg om vasten te adviseren bij chemotherapie. Daar is meer onderzoek voor nodig.

Drs. Carel Veldhoven, kader-huisarts palliatieve zorg Berg en Dal, besprak de rol van voeding in de palliatieve fase aan de hand van casuïstiek. Er zijn drie fasen in de palliatieve zorg: ziektegerichte palliatie, symptoomgerichte palliatie en palliatie in de stervensfase. Een patiënt wil graag blijven eten, want zonder eten gaat hij dood. Het is belangrijk om met patiënt en naasten te communiceren over de rol van voeding. Tijdens de ziektegerichte palliatie is voeding afgestemd op de behoefte nodig, tijdens de symptoomgerichte palliatie gaat het om comfortvoeding en in de laatste fase geen voeding meer. Het is moeilijk om de verschillende fasen af te bakenen. In de laatste fase overheerst de ziekte en daar is met voeding niets meer aan te doen. Voeden kan juist schadelijk zijn. Kwaliteit van leven staat in de palliatieve zorg centraal. Daar is de zorg op gericht.

Jeanne Vogel, hoofdredacteur van het Handboek Voeding bij kanker, vertelde welke nieuwe ontwikkelingen in de herziene versie zijn opgenomen. Sinds de vorige editie is de overleving van kanker van 47% toegenomen tot 62%. Steeds meer mensen overleven van kanker en een goede voedingstoestand is daarbij van belang. Nieuw is de indeling in voeding conform de (berekende) behoefte, Richtlijnen goede voeding ná ziekte en comfortvoeding tijdens de palliatieve fase. Er is veel aandacht voor beweging in het boek, omdat voeding en beweging samen gaan. Het boek dat ruim 600 pagina’s omvat is een compleet naslagwerk over voedingszorg bij kanker, niet alleen interessant voor diëtisten, maar ook voor artsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten en andere medici.
Prof. Ellen Kampman bedankte Jeanne Vogel voor haar inzet in de afgelopen 45 jaar voor haar inzet bij het belang van voeding bij kanker. Dankzij Jeanne is de oncologische diëtetiek volwassen geworden. Jeanne is om die reden benoemd tot erelid van de LWDO.