Screening met MUST op ondervoeding niet betrouwbaar

Screening met MUST op ondervoeding niet betrouwbaar

2 oktober 2013 Uit Door Majorie Former
Dit bericht delen

De prestatie-indicator voor ondervoeding die Nederlandse ziekenhuizen gebruiken leidt te vaak tot verkeerde inschatting van de voedingstoestand. Het gebruik van de Malnutrition Universal Screening Tool (MUST) als prestatie-indicator valt daarom niet te rechtvaardigen. Dat schrijven specialisten werkzaam in het UMC St Radboud in een artikel op de website van Medisch Contact.

Screenen op ondervoeding is voor ziekenhuizen een prestatie-indicator. Alle opgenomen patiënten moeten gescreend worden op ondervoeding. Daarvoor kunnen twee screeningsinstrumenten worden gebruikt: de Malnutrition Universal Screening Tool (MUST) en de Short Nutritional Assessment Questionaire (SNAQ). Het gebruik van deze instrumenten lijkt op de algemeen interne afdelingen echter niet zinvol, zo blijkt uit onderzoek in het UMC St. Radboud. Door de MUST worden mensen verkeerd gekwalificeerd. Patiënten die daadwerkelijk ondervoed zijn, worden niet altijd herkend. Ook geldt dat wanneer de MUST wordt gebruikt veel mensen (40 procent)  als ernstig ondervoed worden aangemerkt, terwijl dat niet de realiteit is.
 
 
Het doel was het onderzoeken of de classificatie van de voedingstoestand bij opgenomen interne patiënten met de Malnutrition Universal Screening Tool (MUST) in overeenstemming is met de indeling volgens het veel uitgebreidere Subjective Global Assessment (SGA) door middel van een cross-sectioneel onderzoek. Bij 202 opgenomen interne patiënten werd de voedingstoestand met de MUST beoordeeld en vergeleken met het SGA. Informatie over de reden van opname werd verzameld. Binnen de patiëntengroep werd vergeleken tussen patiënten met en zonder verwachte verandering in de voedingstoestand. De MUST werd bij meerdere patiëntengroepen bij wie ondervoeding een rol speelt in het ziekteproces geëvalueerd. Gedurende een opname gaat de voedingstoestand van deze patiënten achteruit. In het onderzoek in het Radboud vonden de onderzoekers een beperkte relatie tussen voedingsstatus, onderliggende ziekte en bleek ondervoeding bij opname geen voorspeller voor afvallen tijdens opname te zijn.
 
Het vaststellen van ondervoeding is niet eenvoudig. Met het SGA is er bij opgenomen interne patiënten zelden sprake van ernstige ondervoeding. De MUST heeft als screeningsinstrument in deze populatie een geringe sensitiviteit en differentieert niet in het risico op ondervoeding bij patiënten waar dit op grond van de opnamediagnose kan worden verwacht. Om deze reden en de onzekerheid of voedingsinterventies bij interne patiënten bijdragen aan eerder herstel, is het gebruik van de MUST als prestatie-indicator niet te rechtvaardigen, aldus de onderzoekers. De MUST als aandachtsinstrument kan nuttig zijn bij bepaalde patiëntenpopulaties, maar voor de algemene interne afdeling is er geen toegevoegde waarde.

Bron: http://medischcontact.artsennet.nl/actueel/nieuwsbericht-1/137196/test-voor-opsporen-ondervoeding-voldoet-niet.htm