Eiwitsuppletie verbetert effect van training op spiermassa bij ouderen

Eiwitsuppletie verbetert effect van training op spiermassa bij ouderen

10 mei 2013 Uit Door Majorie Former
Dit bericht delen

De onderzoeksgroep van Prof. Luc van Loon aan de Universiteit van Maastricht richt zich op de invloed van voeding en inspanning op de conditie van de skeletspieren. Zij concludeerden samen met collega Prof. Lisette de Groot van de Universiteit van Wageningen dat de inname van melkeiwit bij zowel als ouderen in combinatie met fysieke inspanning kan leiden tot een sterkere toename in spiermassa. Het anabool vermogen van voedingseiwitten blijkt geassocieerd te zijn met de hoeveelheid leucine in het .

Het onderzoek is gepubliceerd in American Journal of Clinical Nutrition in 2012. Lange-termijn studies naar het effect van fysieke inspanning en eiwitinname op de spiermassa hebben tot op heden geleid tot tegenstrijdige uitkomsten. De conclusie van de meta-analyse die is uitgevoerd van alle interventiestudies op dit terrein die voor 2011 zijn gepubliceerd, is dat zowel bij ouderen als bij jongeren de combinatie van fysieke inspanning en eiwitsuppletie resulteert in toename van de spiermassa en de spierkracht.
Spierweefsel heeft een aanzienlijke capaciteit om zich aan te passen aan uiteenlopende belastingen. Deze plasticiteit valt met het blote oog waar te nemen aan het verschil in uiterlijk tussen een wielrenner en een bodybuilder. Beiden zijn atleet, maar de een is getraind in duurbelasting, en de ander in weerstandsbelasting. Het verschil in spierweefsel is een gevolg van muscle reconditioning. Een andere illustratie van plasticiteit van spierweefsels is muscle deconditioning, bijvoorbeeld als gevolg van een zittende , sarcopenie, cachexie, of cardiovasculaire ziekte.

Er werden gegevens verzameld van 22 RCT's waarin 680 personen waren geïncludeerd. Eiwitsuppletie toonde een positief effect voor o.a. de FFM (gemiddelde verschil: 0,69 kg, 95% CI: 0,47, 0,91 kg, p <0,00001) in vergelijking met een placebo na langdurige training bij jongere en oudere proefpersonen.
Uit een van de studies blijkt dat het beter verteerbaar maken van voedingseiwit door caseïnehydrolysaat resulteert in een beter anabool vermogen. Uit een andere studie komt naar voren dat er een relatie is tussen de hoeveelheid ingenomen eiwit en de snelheid van eiwitsynthese in de spier. Tevens leidde de toevoeging van vrij leucine aan het voedingseiwit tot een verhoging van de spiereiwitsynthese.

Bronnen: Voeding Nu, VoedingsMagazine januari 2013