Werk in onderzoek: Martine Sealy

Werk in onderzoek: Martine Sealy

23 september 2026 0 Door Voeding & Visie
Dit bericht delen:

Dr. Martine Sealy | Voeding & Visie Platform voor voeding en diëtetiek; praktijk en wetenschap | Jaargang 39, Nummer 1, Zomer 2026 | Pagina 17-18

In deze rubriek vertellen diëtisten hoe zij na de opleiding Voeding & Diëtetiek hun loopbaan vormgaven en via onderzoek promoveerden. Dit keer: dr. Martine Sealy, senior onderzoeker bij het lectoraat Healthy Ageing, Allied Health Care and Nursing van de Hanzehogeschool Groningen.

Waar ben je als diëtist begonnen met werken?

Direct na mijn afstuderen werd ik gevraagd om als invaller te werken bij mijn oude stageadres, het Isala in Zwolle. Het werk als diëtist vond ik fantastisch, omdat iedere patiënt anders is en elk gesprek een eigen dynamiek heeft.

Wat sprak je aan in het vak van diëtist?

Vooral het contact met patiënten. Iedereen heeft andere gedachten, motieven en drijfveren. Juist die gesprekken vond ik heel interessant. Helaas was er destijds weinig werk beschikbaar en na een paar invalbanen kon ik geen vaste baan vinden als diëtist.

Hoe ben je daarna verdergegaan?

Via een administratieve baan bij de opleiding HBO-Verpleegkunde kreeg ik de kans om als instructeur voedingspractica aan de slag te gaan bij de opleiding Voeding en Diëtetiek van de Hanzehogeschool Groningen. Daar begeleidde ik practica en werkte ik op het stagebureau. Na vijf jaar wilde ik doorgroeien naar docent. Dat kon, mits ik een post-hbo cursus pedagogische en didactische bekwaamheid volgde.

Wanneer kwam onderzoek op je pad?

Tijdens mijn studie Voeding en Diëtetiek schreef ik mijn scriptie binnen een onderzoeksgroep van het UMCG over essentiële vetzuurdeficiëntie bij kinderen met ernstige leveraandoeningen. Dat vond ik direct heel uitdagend en leuk. Vele jaren later, toen ik docent werd en afstudeerduo’s begeleidde, merkte ik dat ik scripties lastig vond te beoordelen. Daarom ben ik de master Evidence-Based Practice in Healthcare aan de Universiteit van Amsterdam gaan volgen. Tijdens die opleiding leerde ik veel over methodologie van onderzoek. Mijn enthousiasme voor onderzoek kwam daardoor weer helemaal terug.

Wat leidde tot je promotietraject?

Voor mijn masterscriptie deed ik opnieuw onderzoek bij het UMCG o.a. bij dr. Harriët Jager-Wittenaar (nu professor in de Diëtetiek). Dit keer naar voeding en beweging bij patiënten met hoofd-halskanker. Dat onderzoek sprak me enorm aan. De gesprekken met patiënten waren waardevol; mensen wilden echt bijdragen aan de studie. Mijn scriptie werd een literatuurreview over welke methoden allemaal gebruikt worden voor het beoordelen van ondervoeding in kankerpatiënten (Sealy MJ, et al. 2016). We hadden ook patiëntdata verzameld en er was nog veel meer te vertellen over deze groep. Zo werd ik op het idee gebracht een aanvraag te schrijven voor een promotieplek binnen de Hanzehogeschool. Dat was geen bewuste keuze, maar, het voelde als een logisch vervolg. Ik wilde verder in onderzoek en promoveren was daarvoor de route.

Wanneer promoveerde je?

In 2019 promoveerde ik, op 47-jarige leeftijd aan de Rijks­universiteit Groningen. Mijn promotieonderzoek ging over de beoordeling van ondervoeding bij patiënten met hoofd- en halskanker, een onderwerp dat nog steeds belangrijk voor mij is.

Wat voor onderzoek doe je nu?

Na mijn promotie bleef ik binnen de onderzoeksgroep werken, eerst als postdoc en nu als senior onderzoeker. Mijn onderzoek verschoof van oncologische patiënten naar ouderen in de thuissituatie. Ik houd me bezig met het screenen, vaststellen en behandelen van ondervoeding, sarcopenie en fysieke kwetsbaarheid. Ongeveer de helft van mijn werk is kwantitatief onderzoek en de andere helft kwalitatief, zoals interviews. Daarnaast schrijf ik onderzoeksvoorstellen en subsidieaanvragen.

Aan welke projecten werk je?

Dr. Martine Sealy, senior onderzoeker bij het lectoraat Healthy Ageing, Allied Health Care and Nursing van de Hanzehogeschool, Groningen.

Een belangrijk project is MONDAY, waarin diëtisten in de eerstelijnszorg de afgelopen jaren gegevens verzamelden over voedingsinname en voedingstoestand van cliënten met het risico op ondervoeding. Met de resultaten krijgen we, onder andere, beter inzicht in de effectiviteit van de dieet­behandeling.

Daarnaast werk ik als projectleider van PROVE, dat zich richt op het uitbreiden van het assortiment aan plantaardige eiwit- en energierijke producten voor mensen met onder­voeding.

Ook ben ik betrokken bij OPTIMISE, waarin samen met patiënten en diëtisten gewerkt wordt aan betere, gepersonaliseerde voedingszorg voor mensen met kanker en chronische ziekten.

Tenslotte werk ik samen met prof. dr. Harriët Jager-Wittenaar, dr. Elke Nauman en prof. dr. Marian de van der Schueren aan eenduidige definiëring, operationalisering en aanbevelingen voor screening van risico op ondervoeding. Dit team maakt deel uit van de GLIM Risk of Malnutrition Working Group.

Wat vind je waardevol aan onderzoek doen?

Promoveren heeft mijn loopbaan veel richting gegeven en gaf mij de kans om me verder te verdiepen in onderwerpen die ik belangrijk vind en om bij te dragen aan betere voedingszorg. Onderzoek doen is meer dan uren lang statistische analyses doen in SPSS op je laptop. Onderzoek is veel veelzijdiger en creatiever dan veel mensen denken: je ontwerpt jouw onderzoek en beheert de logistiek, het verhaal dat je schrijft in je artikelen dient een boodschap over te brengen en daar zijn schrijfvaardigheden voor nodig, je werkt samen met allerlei partners en onderhoud contacten, je maakt allerlei producten voor presentaties en voorlichtingen. Kortom, onderzoek doen verveelt nooit.

Dr. Martine Sealy

Referenties
Sealy, MJ., Nijholt, W., et al.(2016). Content validity across methods of malnutrition assessment in patients with cancer is limited. Journal of Clinical Epidemiology, 76, 125–136. https://doi.org/10.1016/j.jclinepi.2016.02.020 Epub 2016 Feb 27. PMID: 26931291.

Websites
MONDAY studie: https://ap.lc/djBMc
PROVE studie: https://ap.lc/ewWWa
OPTIMISE studie: https://ap.lc/sSJgm


Twee nieuwe publicaties over de GLIM
Wat begon als een initiatief om een meer preventieve aanpak van ondervoeding te stimuleren, heeft geleid tot een wereldwijde consensus om het concept ‘risico op ondervoeding’ te definiëren en te operationaliseren. Dit vormt een eerste stap richting herziening van de screening binnen de Global Leadership Initiative on Malnutrition (GLIM)-procedure.
De resultaten van deze gezamenlijke reis — met actieve betrokkenheid van patiënten- en ouderenvertegenwoordiger en professionele experts wereldwijd — zijn op 23 juni 2026 gepubliceerd in Clinical Nutrition en JPEN. Deze publicaties richten zich op het concept en de operationalisering van risico op ondervoeding:

1. Jager-Wittenaar, H., Sealy, M., Barazzoni, R., Blaauw, R., Cederholm, T., Chapple, L.-A., … GLIM Risk of Malnutrition Working Group. (2026). Nutritional screening within the GLIM procedure—Part 1: Development of a conceptual definition of risk of malnutrition using a modified Delphi procedure. Journal of Parenteral and Enteral Nutrition. https://doi.org/10.1002/jpen.70100
2. De van der Schueren, M. A. E., Naumann, E., ter Bekke, R., Barazzoni, R., Blaauw, R., Cederholm, T., … GLIM Risk of Malnutrition Working Group. (2026). Nutritional screening within the GLIM procedure—Part 2: Operationalization of the concept risk of malnutrition using a modified Delphi procedure. Journal of Parenteral and Enteral Nutrition. https://doi.org/10.1002/jpen.70101

Dit artikel is eerder verschenen in het vaktijdschrift Voeding & Visie.


Dit bericht delen: